Boekenlijst Peter

Over boeken die welkom zijn in mijn kast. Een paar suggesties

Om materieel bezit geef ik niet veel, behalve om boeken. Voor wie mij een boek cadeau zou willen doen bij gelegenheid van mijn promotie op 9 november, volgen hier een paar suggesties. Eerst boekensoorten, dan boektitels. Tot slot noem ik twee eigenschappen van alle boeken die ik graag in mijn kast zou willen zien. Voor wie een boek wil bestellen: de allercharmantste kinderboekenwinkel De Kleine Tovenaar in Roermond draag ik een warm hart toe; onderneemster Nicole is graag bereid uw bestelling te verzorgen.

Klik hier om de boekenlijst te bekijken en een boek voor Peter te bestellen.

Boeken per soort

Fotoboeken

Een boekensoort waar ik nog bijna niets van heb, maar waar ik wel altijd graag doorheen blader als ik er een exemplaar van zie liggen, zijn fotoboeken. Vooral boeken met foto’s van gewone situaties uit het dagelijks leven fascineren me. En dan maakt het onderwerp me niet zoveel uit, of het nou gaat om het huiselijk leven in de Bijlmer in de jaren zeventig of boeren op het Spaanse platteland rond 1900.

Boeken over Toscane en Italiaanse literatuur

In 2011 heb ik de weldadige zon, de hemelse wijn en de sublieme stilte van Toscane leren kennen. Boeken die iets met die schitterende streek van doen hebben, zijn steeds welkom: of het nu romans of fotoboeken zijn. In dit genre bezit ik nog helemaal niets. En mocht Toscane te klein zijn, dan is er nog een andere categorie waar ik nog helemaal niet aan ben toegekomen: de Italiaanse literatuur. Ik begin maar met de heel grote auteurs: Italo Svevo, Alberto Moravia, Cesare Pavese, Primo Levi, Italo Calvino, Gabriele d’Annunzio.

Een speciaal genoegen is het lezen van andermans intimiteiten, ook van Italianen. In de schitterende Privé-Domein reeks zijn verschenen van Giacomo Leopardi, Gedachten en van Italo Svevo, Autobiografisch profiel.

Literatuur: recente dichtbundels

Te vaak ben ik een snelle en gehaaste lezer. Poëzie is de ideale dwang tot langzaam, geconcentreerd lezen. En het vraagt om een taalbeheersing van de lezer die reikt tot in de volkomenheid, vandaar dat ik me beperk tot Nederlandstalige poëzie. Van de groten uit de canon, van P.C. Hooft tot Rutger Kopland, bezit ik het meeste al wel. Nog onontgonnen is voor mij het terrein van de recentere (vanaf de jaren 1980) poëzie. Al vele recensies heb ik gelezen van bundels, maar er nog nauwelijks één gekocht, laat staan gelezen. Overigens: het gaat me niet om de toegankelijkheid.

Nieuw verkrijgbare boeken per titel

Geschiedenis: roomsen (en protestanten)

Weliswaar ben ik als historicus meer van het katholicisme dan van de protestanten, maar als die protestant een zeventiende-eeuwse dichter is, wil ik toch graag meer over hem weten. Dus vandaar dat de biografie van Enny de Bruijn, Eerst de waarheid, dan de vrede. Jacob Revius 1586-1658 op de lijst staat.

Maar het roomse heeft natuurlijk altijd mijn belangstelling. Niet alleen het oude, maar ook het modernere. Een boek dat gaat over hoe in de twintigste eeuw katholieken het verhaal over hun eigen verleden vertelden, is Ellen Broek, Jan Jacobs, Lodewijk Winkeler en Albert van der Zeijden red., Aan plaatsen gehecht. Katholieke herinneringscultuur in Nederland (verschijnt oktober). Hierin staat onder andere een bijdrage van mijn promotor, Peter Nissen. Gisteren, nu en toen, dat is ook wat de titel belooft van Maarten van den Bos, Verlangen naar vernieuwing. Nederlands katholicisme 1953-2003. En vooral over hoe het vanaf hier verder moet, gaat het boek van Stephan van Erp en Harm Goris red., De theologie gevierendeeld. Vier spanningsvelden voor de theologiebeoefening in Nederland (verschijnt oktober).

Binnen het katholicisme zijn er een aantal onderwerpen die speciaal mijn aandacht trekken. Wie mijn proefschrift leest, vermoedt al dat ik gefascineerd ben door het kloosterleven, en vooral het hele strenge kloosterleven. De kartuizers leidden wel het allerstrengste bestaan, maar sommige anderen konden er ook wat van, zoals de trappisten. Dat het boek van Wim Rhebergen, Dom Amandus Prick, een sprekende trappist. Een geschiedenis van trappistenklooster Ulingsheide (verschijnt november) ook nog over trappisten in Limburg gaat, is een mooie bijkomstigheid.

Dominicanen leiden een heel ander leven dan kartuizers of trappisten. De eerste dominicaan die ik als historicus ‘tegenkwam’ was de hoofdpersoon van mijn doctoraalscriptie. Even later ontmoette ik een andere dominicaan: Edward Schillebeeckx. Van en over zijn gigantische productie verschijnt nog regelmatig iets. Schillebeeckx was theoloog, en dominicanen zijn prekers bij uitstek. De uitgave Edward Schillebeeckx, Verhalen van een levende. Theologische preken, bezorgd door Hadewych Snijdewind (verschijnt november) combineert beide kwaliteiten.

Dit zijn boeken over protestanten en boeken over katholieken. Recent verschenen twee boeken over protestanten én katholieken, over de manier waarop ze met elkaar omgingen en de definitieve scheiding tussen de religies beleefden: Els Stronks, Negotiating differences. Word, image and religion in the Dutch Republic en Judith Pollmann, Catholic identity and the Revolt of the Netherlands, 1520-1635.

Geschiedenis blijft een prachtig vak, voor mij bliijven de ‘toevallige’ waarnemingen van het dagelijks leven in de zestiende-, zeventiende- en achttiende-eeuwse Nederlanden een genot om te lezen. Tot dit genre behoort het reisverslag van de Franse Hugenoot Élie Richard, Door ballingen onthaald. Verslag van reizen in Frankrijk, Vlaanderen, Nederland en Duitsland in 1708. Ook zulke dagelijkse waarnemingen zijn prenten van straatverkopers: Leontine Buijnsters-Smets, Straatverkopers in beeld. Tekeningen en prenten van Nederlandse kunstenaars ca. 1540-1850. En nog meer dagelijkse dingen, nu uit een periode die voor veel mensen die haar mee mochten maken, zeker voor mij, van vormend belang was: de studententijd. Als die waarnemingen dan uit de zeventiende eeuw stammen, is dat natuurlijk helemaal prachtig, juist om de verschillen met ‘mijn’ jaren (1985-1989): De Leidsche straat-schender, of de roekelooze student.

In diezelfde studententijd werd ik al gewezen op een werk dat ik toch zeker gelezen zou moeten hebben. Het is er nooit van gekomen, maar nu wordt het dan toch wel tijd: Erich Auerbach, Mimesis. Dargestellte Wirklichkeit in der abendländischen Literatur

(Over) literatuur: romans en egodocumenten

Alhoewel ze het moeilijk hebben zich aan oeverloosheid te onttrekken, blijf ik doorlezen in het werk van J.J. Voskuil en de kring rondom hem. Van die kring is natuurlijk Frida Vogels een belangrijk lid. Het nieuwste deel van haar dagboeken is verschenen: Frida Vogels, Dagboek 1972-1973. Alle voorgaande delen heb ik ook, en ik ben consequent ingesteld, dus deze moet erbij. Ook ben ik benieuwd naar haar andere bekende werk: Frida Vogels, De harde kern (vier delen in drie boeken).

Vogels en andere schrijvers zijn nooit gemakkelijke mensen, dat blijkt wel uit de egodocumenten van Atte Jongstra, Bekentenissen van een zelfontwijker en van Luuk Gruwez, Het land van de wangen. Een prettig contrast is dan wel Adriaan Morriën in zijn twee titels Plantage Muidergracht en Ik heb nu weer de tijd.

Misschien zoek ik in literatuur wel de tegenovergestelde van mezelf. Van oeverloosheid heb ik mezelf nog nooit horen beschuldigen. Wel van huismussigheid. Er is een schrijver die een soort chronische zwerfdrang had; dat en zijn korte leven hebben ervoor gezorgd dat hij zo weinig werk heeft nagelaten dat het gemakkelijk op 1.672 pagina’s past. Ik bedoel J.J. Slauerhoff, Verzamelde werken.

Oeverloosheid verdraagt zich slecht met leesbaarheid. Sommige romans zijn zo oeverloos dat ze niet uitgelezen worden. Zelf ben ik al maanden bezig met Marcel Prousts À la recherche du temps perdu. Ter afwisseling lees ik daarnaast diens biografie door Ghislain de Diesbach. Een andere afwisseling kan natuurlijk zijn een Nederlandse, door Proust geïnspireerde roman. Zo één is net verschenen: Oek de Jong, Pier en oceaan.

Behalve hun werk lees ik ook graag over schrijvers. Een bijzonder sympathiek mens moet de angstige en mistroostige Bob den Uyl geweest zijn, over hem verscheen Ivar Schutte en Mark van Leeuwen samenst., Bobschrift 2012. Verhalen en artikelen. Verhalen uit de intieme sfeer van één van de allergrootste Nederlandsche schrijvers die het ook bepaald niet gemakkelijk heeft gehad in zijn aardse bestaan, is het boek van Teigetje en Woelrat, Ons leven met Reve. Gelukkig is nu eindelijk ook het derde deel van Reve’s biografie verschenen. Het is onbestaanbaard dat dat in mijn kast zou ontbreken: Nop Maas, Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Deel 3: De late jaren (1975-2006).

Reve liet over zijn herenliefde geen twijfel bestaan, voor Willem Kloos lag het veel minder duidelijk. Maar dat is niet de reden dat ik nieuwsgierig ben naar de biografie van deze schrijver die wel gezien wordt als één van de eersten van Tachtig, een literaire beweging waar ik nog steeds van kan genieten: Bart Slijper, In dit gevreesd gemis. Het leven van Willem Kloos.

En het mag nog indirecter: graag lees ik boeken over schrijvers over schrijvers. Zo’n schrijver over schrijvers is Wiel Kusters wiens biografie van Pierre Kemp ik pas geleden met smaak las. Bij Kusters’ afscheid verscheen de bundel Jan de Roder red., Ik woon in duizend kamers tegelijk. Opstellen voor en over Wiel Kusters.

Min of meer bij toeval kwam ik de Duitse auteur Wilhelm Genazino op het spoor. De eerste roman die ik van hem las gaat over een filosoof die een behoorlijke loopbaan opbouwt bij een wasserette, een kennelijk verwarrende ontwikkeling, want de man gaat ten onder aan vervreemde gedachtenspinsels. Dat belooft wat voor de volgende romans van hem: Ein Regenschirm für diesen Tag, Eine Frau, eine Wohnung, ein Roman, Die Liebesblödigkeit en Mittelmässiges Heimweh.

Teksten van beschouwende monniken kunnen als literatuur gelezen worden. En de interessantste teksten zijn toch de oude teksten, en daar ontmoeten literatuur en geschiedenis elkaar. Een serie van zulke teksten verschijnt sinds een aantal jaren onder redacteurschap van Krijn Pansters, één van de leden van mijn promotiecommissie. Met belangstelling zie ik uit naar Bernardus van Clairvaux, Ommekeer (over de menselijke in- en ommekeer) en Aelred van Rievaulx, Affectus (over de spirituele kracht van vriendschap en liefde). In dezelfde serie verscheen een vertaling van de tekst waarin een passage voorkomt waarvan de receptie voor mijn dissertatie van fundamenteel belang was: Guigo, Gewoonten.

Wat ik altijd fijn vind aan boeken: binnenkant en taal

Het proefschrift waarop ik hoop te promoveren gaat over kartuizers en boeken. Kartuizers waren grote boekenliefhebbers. Maar het ging hen om het lezen, om de tekst. De buitenkant vonden ze van minder belang. Zo is het met mij ook. Dat helpt de schenker en mij, want de prijs van boeken wordt vooral bepaald door de buitenkant.

Het gaat me dus vooral om de tekst. De tekst lees ik dan ook het liefst in de versie zoals die oorspronkelijk bedoeld is. Met andere woorden: als een boek in het Frans, Duits of Engels voor het eerst is verschenen, dan vind ik het ook heerlijk om het in die taal te lezen.

Peter Thissen, september 2012

 

 

Nieuwsbrief & Contact

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van onze activiteiten.

De kleine Tovenaar
Hoekstraat 3, 6042 KH Roermond.
telefoon: 0475 32 93 92